C. van Woudenberg
Wie de reeks fraaie foto's van Stad en Lande van Gooiland over de lotgevallen van de Hilversumse Kei aandachtig bekijkt en zich aan de hand van de overleveringen tracht in te leven in de teleurstellingen en moeiten, die het verslepen van deze weerbarstige reus met zich bracht, zou haast geneigd zijn het te betreuren, dat deze kei niet enige decennia Langer onder de bruinvale heide had begraven gelegen en men hem nu met het thans bekende zware materieel te lijf was gegaan. Maar de foto's laten ons ook zien, wat taai doorzettingsvermogen vermag, en spreken een duidelijke taal van de uitbundige vreugde der Hilversummers over de overwinning op het zo hardnekkig weer- stand biedende monster. Floris Vos heeft in zijn toespraak op het Brinkje in nonsensicale overdrijving gezegd, dat wanneer de politie de nieuwsgierige burgers niet zo voorbeeldig op een afstand had gehouden, de kei wel door het gedrang van het publiek op zijn bestemde plaats was beland. Deze woorden getuigen echter van het intense meeleven van het publiek in dit spannende avontuur. Het bestuur van ,Stad en Lande van Gooiland heeft in 1921 het zwerfblok, dat reeds enige jaren tevoren op de Aartjesberg, langs het voormalige rijwielpad, dat leidde van Crailo naar het St.- Janskerkhof, bij toeval was ontdekt en sindsdien blootgelegd, aan de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer in eigendom afgestaan, op voorwaarde, dat het gevaarte vóór 3 augustus moest worden vervoerd. In de eerste week van augustus is Floris Vos van „Oud-Bussem" en zijn personeel bezig geweest met graven en opvijzelen, zodat het blok aan het eind van die week op rails lag en in een wagen Op maandag 8 augustus begon het transport, dwars over de heide, over greppels en verraderlijke grindkuilen. Ondanks de hulp van de toentertijd zeer moderne tractor was de gang van de zwerver bedroevend traag. Als de tractor zijn 13.000 kilo zware last zuchtend en kreunend enige meters had voortgesleept, spleet de heide in diepe groeven uiteen, alsof ze de kei met alle kracht wilde terugtrekken naar de plaats, die hem eeuwenlang als rustplaats had gediend. De volgende dag kwam de grote tegenslag: de as van de wagen brak en het werk moest voor het verdere deel van de dag worden gestaakt. In plaats van op woensdag in de gemeente te arriveren, stond het monster die dag roerloos op een kapotte wagen op een eenzame heide. Het voor die avond aangekondigde concert op de Kerkbrink zou eerst zaterdagavond kunnen plaatsvinden. Na een titanenstrijd met behulp van planken en balken, kriks en koevoeten lukte het de kei op een andere wagen over te laden. Hardnekkig werd de riskante tocht voortgezet, helaas nieuwe ontmoedigende ervaringen tegemoet. Vrijdag zakten de achterwielen van de wagen zo ver in het zand weg, dat er geen wrikken of bewegen meer aan was. Het ergste was, dat de kolos 40 cm naar achteren was geschoven, waardoor het gevaar van asbreuk zeer dreigend was. Het zou eentonig worden de moeite te schetsen, die het opvijzelen van de wagen met zich bracht. Het gelukte in ieder geval zonder brokken. Zaterdagmorgen, 13 augustus, bracht opnieuw ongerief: de tractor, van welks krachten al zoveel was gevergd, weigerde verdere diensten te verlenen. Spoedig stonden echter twee grote vrachtauto's van „Oud-Bussem" gereed om de taak van de tractor over te nemen. Toen kon de triomftocht een aanvang nemen, van welk feit publiek werd kennisgegeven door het uithangen van de vlag op de toren aan de Kerkbrink. De route van de tocht was: Huizerweg, Groest, Herenstraat, Kerkbrink. Vooraf had de „officiële ontvangst" plaats op het Langgewenst, waar duizenden belangstellenden waren samengestroomd.
* * *
Ouwe Hannes en zijn even bejaarde maat Gijs hadden een best plekkie gekregen van de smeris. Dat was wel nodig, want dat jonge tuig sting maar te dringen en te douwelen. Nou, daar had Hannes niks mee op. Vooral niet met die meides van teugeswoordig. Ze wiere veuls te nieuwelijk. Dat ze nou in het pikkedonker met de jongens achter de struikies van Bomberg stinge te giechelbekke, nou ja, vooruit, dar, dat hoorde bij het soort, maar op de klaarlichte straat mosse ze ordentelijk were. Wat jij, Gijs. As de mevrouwe in de krant om ketoendragende mei,de voor hun diensie vrage, dan zegge die snottebelle: laat mevrouw zulf maar ketoen dragen. 't Is heul bar! Gijs, ik heb altijd gezeid, as dat die oorlog een mirakelse hoop slechtigheid heeft gebrocht. Hannes' filippica tegen „de meides van teugeswoordig" ging verloren in een schetterende fanfare van de Hilversumse Harmonie. Kijk's Gijs, daar he je 'm. Tjonge, wat een knoert, heul merakels. Die weegt zwaarder dan mijn geld. Mijn Marie doch, dat die kei in het zand gegroeid was. Toe zee ik: een kei ken nie groeie. Jij bin zo dom als het achterend van een varreke. Toe zee mijn Marie: je heb gelijk Hannes, da bin ik altijd gewezen... Nou, dat is toch een mooi gezeggen van een vrouw, war? Maar die meides van ... De ijsttjd noemen de geologen de laatste diluviale IJsperiode... is er plotseling een periode van koude aangebroken, die honderdduizenden jaren geduurd heeft... Was dat, Gijs? Zeker een perfecter of een schoolfrik van de Schuttersweg. Stomverbaasd keken Hannes en zijn maat om naar een meneer, aan wiens mond beurtelings de taak was toebedeeld om aan een sigaar van een duppie te zuigen en ongevraagd geleerdheid te spuien. Wat een stuk wijzigheid, Gijs. Geleuf er niks van. De heule wereld onder een plak ijs. Dat mot dan wel vefir koning Willem III geweest zijn. Die duveliaanse tijd, nou da ken, daar blijf ik af. Je ken nooit wete, of ze elkaar vroeger met zukke moppe om de ore gesmete hebbe, maar dat mot dan geweest zijn veurdat ze pb1 en boog hebbe uitgevonden... ...Dat is burgemeester Koster, Gijs. Nou mot je niet zo wijzen, da heb ik an mijn kleinkindere ook altijd verboje. Kijk, die meneer met die strooien pannenkoek op, dat is 'm. Het publiek ziet 'm bijna nooit, maar dat ken ook nie man, daar is ie immers veuls te duur voor. Zie je 'm nou, die met die snor, net als van Wielhelm, die een paar jare terug over de grens gepiept is. Zou die snor van Wielhelm teugeswoordig nog zo rechtveerdig staan as op dat prentje? Wat denk jij Gip? En die daar... kijk dan man... is meneer Luden. Op hemse grond is de kei gevonden, nou dan mot ie toch ook bij de burgemeester staan? War of niet? As die kei in jouw tuintje was gevonden, dan sting jij ommers ook bij die hoge heren. Die menere daar... niet wijzen Gijs... binnen de wethouders, de meneren Dam en Kuyper. Asje 't mijn vraagt, dan vin ik, dat meneer Kuyper zich heulemaal niet an de wet houdt. Niemand mag bij de wagen komme en hij staat compleet met de kei te flikflooien. As die kei voort op zijn tene rolt, dan haal ik hem er niet onderuit. Die meneer met die flaphoed is Floris Vos. Wa krijge we nou? Kijk die zwarte slipjas 's. Wie zou dat zjjn? ... de heer Kardux, gemeente-secretaris en voorzitter van de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer... doceerde de voormelde mond. Hoor, Foris Vos krijgt een pqsie van de slipjas. Hij het een krans bij 'm. Geel en blauw, da binne de kleuren van ons eigen, weet je Gijs. As je niks zegt, dan krijgt Floris Vos die krans nog compleet om zijn nekvel heen. Nee... nee... hij komt op de kei terecht. Een mooie rede van die slipjas, G&. Nou, Vos het 't verdiend, waarachies wel, maare... dat van die... hoe zee die stad.huisklant 't ook weer... die...e... belangeloze medewerking... nou...e... hij ken me nog meer vertelle... maar Floris kreeg toch maar een envelop in ze fikke gedouwd, nou... als je 't mijn vraagt, dan sal daar wel leen lucht in gezeten hebben. ...Een gratificatie voor het personeel, lichtte het alwetende stuk wijzigheid in. Nou, Gijs, dan he ik niks gezeid. Nou nog een moppie muziek en dan is het spul afgelopen. Wel, verdilleme, kijk die snotjonges 's. Floris Vos laat ze zo maar in die auto klimmen... „Hilversums Kei gaat nooit verloren"... Das merakels leuk, Gijs, die blerrende jongens, maar ze mosse niet zo met hun klompen trappen, dar wor je compleet besjokke van. Nadat Hannes en Gijs met pijn en moeite uit het gedrang waren ontkomen, constateerden zij eenstemmig, dat zo'n drukte een mens dorstig maakte. Voor de deur van het café draaide Hannes zich plotseling een kwart slag om naar zijn meat. 1k vin, Gijs, dat mevrouw Vos zedig sting te kijken bij al dat manvolk. Daar blijf ik af