|
|
|
In 1940 maakte M.Miché voor de Gooi en Eemlander een fotoboekje "door het mooie Gooi "
Hilversum in 1940
De hoofdstad van het Gooi met haar ruim 75.000 inwoners, is een van de mooiste en modernste gemeenten van ons land in een gezonde streek, rijk aan natuurschoon, met alle comfort van een stad en toch met de rustige schoonheid van een villadorp. Hilversum heeft twee kenschetsende eretitels: radiostad en bloemenstad. De eerste dankt het aan de grote radio industrie van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek, aan de Phohi-studio en de studiogebouwen van de Nederlandse Omroepverenigingen. De tweede erenaam dankt het aan zijn goed georganiseerde plantsoenendienst, die overal, in de villaparken, middenstandswijken en arbeidersbuurten, beplantingen aanbracht in gazonstroken met een grote verscheidenheid van mooie, zeldzame bloemen en heesters, en prachtige lanen, vele met rijk bloeiende boomsoorten. Plantsoen en bloemen, ruimte en licht overal. En anderzijds weer de schaduwrijke lanen van Trompenberg en Boomberg. Hoewel Hilversum slechts weinig gebouwen bezit die wijzen op hoge ouderdom, is de gemeente toch veel ouder dan je zou verwachten. In 1305 wordt de naam voor het eerst in een ambtelijk stuk genoemd, maar pas in 1424 word Hilversum van Laren afgescheiden en een zelfstandige gemeente. In 1427 werd de banscheiding gemaakt, waarbij de gemeente grote uitgestrektheid verkreeg en behalve haar huidige grondbezit nog 's Graveland, de Vuursche en stukken van Huizen en Bussum toegewezen kreeg. Op het ogenblik beslaat het gemeentelijk oppervlak nog 4700 H.A. Dat er zo weinig „oudheid" in Hilversum over is, komt door de grote branden, die de gemeente vooral in de 18e eeuw geteisterd hebben, in 1725 en 1766. Vooral deze laatste brand was een ontzettende ramp. Wat het dorp aan mooie oude gebouwen bezat, is toen vernield. Tweehonderd huizen, de kerk en het Rechthuis werden ruïnes. De regering stond toe, dat een landelijke collecte werd gehouden welke voor die tijd de zeer aanzienlijke som van f 107.000 gulden opbracht. Dit maakte een spoedige herbouw mogelijk, Toch is er nog wel veel in de ruime villagemeente dat aan het verleden, maar dan aan de 19e eeuw herinnert, n.l. het centrum met zijn typische dorpsstraatjes. De fabrikeurshuizen, die je er nog vrij veel aantreft, zijn van een statige voornaamheid, welke duidt op de welgesteldheid van de textielindustrieën van de vorige eeuw. Tot in het laatst van de 19e eeuw is Hilversum een klein, onaanzienlijk, echt Goois dorpje gebleven. Met de aanleg van de spoorweg in 1874 is de grote verandering pas echt op gang gekomen, toen gong het inwonertal met reuzenschreden vooruit. Om de oude dorpskern met haar karakteristieke hoekjes en straatjes is de moderne gemeente ontstaan, waardoor wandelingen ook in de bebouwde kom steeds aantrekkelijk en van een eigenaardige schoonheid zijn. Gezellige, drukke winkelstraten en vlak daarbij de lommerrijke lanen van een tuindorp. Men is hier buiten en toch in de stad. Nabij de deftige villawijk Trompenberg ligt het veel bewonderde raadhuis van de bekenden architect Dudok, die ook talrijke interessante schoolgebouwen ontwierp zoals b.v. de Fabritiusschool en de Snelliusschool. Hilversum kan een waar voorbeeld worden genoemd van moderne Nederlandse architectuur: de studio's van A. V. R. 0., K. R. O. en V. A. R. A. en de N. C. R. V.-studio, het hotelcomplex van wijlen architect Jan Duiker aan de Emmastraat trekken talrijke bewonderaars, maar ook de fraaie villa's, die men overal ziet en de mooie, grote St. Vituskerk van Dr. P. J. H. Cuypers maken Hilversum tot een druk bezocht centrum van architecturale schoonheid. Sedert enkele jaren bezit Hilversum ook een museum: het Goois Museum in het oude raadhuis aan de Kerkbrink dat telkens opnieuw aanwinsten heeft te boeken uit antiek Goois bezit. Evenals Amersfoort heeft Hilversum ook een „kei", die in het jaar 1922 in de Gooise heide werd opgegraven en een plaats kreeg op het pleintje bij de 's-Gravelandseweg, Geen wonder dat de gemeente de zetel is van talrijke pensions, herstellingsoorden er zijn drie sanatoria rusthuizen, tehuizen voor ouden van dagen, instellingen en gestichten, zoals, om er slechts enkele te noemen, de tehuizen van Saluti Juventutis, de Rudelsheimstichting, de Friedmannstichting en het Avondzon tehuis, het geschenk van Nederland aan het Leger des Heils bij zijn gouden jubileum. Het zou te ver voeren in dit kort bestek alles op te noemen, waardoor Hilversum bekendheid geniet in de laude. Het Verkeershuis van de V. V. V. op het Stationsplein kan de belangstellende alle inlichtingen geven. Maar twee veel bezochte instellingen mogen hier nog een plaats vinden n.l. het Blydestein-Pinetum, waar prachtige en zeldzame exemplaren van dennen te bewonderen zijn en de Dr. Costerustuin, een botanische tuin nabij de Rijkskweekschool, het gymnasium en de gemeentelijke H. B. S., waar men veel kennis kan opdoen van de Nederlandse wilde flora. En nu wij toch enige middelbare scholen genoemd hebben, noemen wij hier ook nog het Chr. Lyceum, de R.K. H. B. S., het Nieuwe Lyceum en de R.K. Kweekschool om te bewijzen dat het onderwijs op hoog peil staat. Prachtige boscomplexen zijn het Spanderswoud en het Corversbos, het Hoogt van 't Kruis en Anna's Hoeve, waar men urenlang kan ronddolen en genieten van heerlijke natuurtaferelen. Panorama's zijn er op vele punten: op Trompenberg over de heidevlakte van het Natuurreservaat, waar de herder met zijn kudde rondtrekt, die hij des avonds naar de bijzonder mooi gelegen schaapskooi drijft op de heide hij Crailo, hier ziet men ook het Gemeenlandshuis van Stad en Lande van Gooiland, den zetel van het bestuur der Erfgooiers, die als afstammelingen en erfgenamen der middeleeuwse Gooiers het gemeenschappelijk bezit hebben van honderden hectaren weiland, bos en heide; op 't Hoogt van 't Kruis en de Hoorneboeg waar men naar Loosdrecht ziet en de witte gebouwen van het bekende sanatorium Zonnestraal in bet bos ontwaart, en de bossen van de Hollandsche Rading; op Anna's Hoeve, waar een heuvel is aangelegd vanwaar men zijn ogen kan laten dwalen in de richting van Baarn, Soestdijk en de Vuursche, over de daken van Hilversum en over de Reservaatsheide tot Bussum, Naarden en Laren toe. Men vindt hier idyllische plekjes zoals b.v. de Wasmeer, een natuurtafereeltje dat dikwijls geschilderd wordt. Urenlang kan men er wandelen of fietsen door bos en hei met steeds wisselende beelden, steeds nieuwe schoonheid en nieuwe vreugde. Bij het „Bluk" nabij de Wasmeer ontdekt men zelfs een duinlandschap met kopjes en helmgras en op de heide nabij de schaapskooi een koepelgraf, meer dan tweeduizend jaar oud. Statige beukenwouden, geurige dennenbossen, schilderachtige plassen met een fleurig watersportleven, die men rechtstreeks bereiken kan van het royale nieuwe havencomplex met zijn ruime jachthaven uit, echt Hollands polderlandschap, het is alles te vinden in de onmiddellijke omgeving van Hilversum, dat wel een rijk gezegende gemeente genoemd mag worden, de schone hoofdstad van een schone landstreek... Als toeristencentrum, forensengemeente, winkel en marktplaats mag Hilversum zich verheugen in het bezit te zijn van verscheidene verbindingen: spoor tram- en buslijnen naar alle richtingen, terwijl het locale busverkeer ook enige lijnen telt.
|
|
|