Galerijen » De gooi en Eemlander RSS


Geschiedenis van De Gooi- en Eemlander


HILVERSUM Op 12 januari 1837 werd in Zierikzee een jongetje geboren dat in het leven van ons dorp een zeer voorname rol zou gaan spelen. Het knaapje heette Johannes Geradts (foto rechts). Op jeugdige leeftijd kwam hij in zijn woonplaats bij een klein drukkersbaasje in de leer. In zijn vrije tijd las hij veel en dat kwam zijn algemene ontwikkeling uiteraard zeer ten goede. Hij wilde hogerop, want om heel zijn leven typograaf in Zierikzee te blijven vond hij weinig aanlokkelijk. Toen hij zijn vak goed verstond vertrok hij naar Hilversum, waar hij in 1856 in dienst kwam bij drukker C.M. van Cleef aan de Vaartweg. Dat drukkerijtje stond vlak tegen over het zogenaamde "poeplaantje", ongeveer op de plek waar later de eerste gereformeerde school werd gebouwd. Ons dorp telde toen slechts zesduizend zielen, waarvan verreweg het merendeel in bittere armoe leefde. De werktijden waren bar lang en de lonen bedroevend laag. Maar de negentienjarige Geradts voorzag toen reeds dat Hilversum een grote toekomst tegemoet zou gaan. Er werd in die dagen veel gesproken over de aanleg van een spoorlijn dwars door het Gooise land waardoor ons dorp uit zijn eeuwenoude isolement verlost zou worden. Geradts was ervan overtuigd dat er voor Hilversum dan een periode van grote bloei zou aanbreken. In 1859 kon hij als tweeentwintigjarige het bedrijfje van zijn baas overnemen. Daar was echter een heel nare geschiedenis aan vooraf gegaan. Van Cleef kwam op de gedachte om jeugdgedichten van Tollens uit te geven. Dat deed de man dan ook, niet wetend dat zoiets niet zomaar ging. Weldra werd hij door toedoen van Tollens nabestaanden voor het gerecht geroepen en tot het betalen van f 18.000 schadevergoeding veroordeeld. Zo veel geld bezat de argeloze man niet en daardoor kwam hij in de nor terecht. Dat gaf in het dorp veel stof tot medelijdend gepraat, dat spreekt. Reken erop dat de stakker ginds wijdweg nu treurig zat te kijken achter de tralieraampjes. Van Cleef ging er zitten prakkiseren en naderhand vernam men de droeve tijding dat hij door verdriet en zorg gekweld in "de kast" overleden was. De jonge Geradts stond dus aan het hoofd van een eigen bedrijfje. Hij verhuisde naar een pand aan de Langestraat hoek Zon en Maanstraat. Later zat slager W.C. van den Brink op die plek, ouderen zullen zich dat nog wel goed kunnen herinneren.

Zolder

Geradts richtte naast zijn drukkerij ook nog een boekwinkel in. Op de zolder boven de winkel stond een primitieve drukpers, die later door een snelpers vervangen werd. Geradts liep toen met het plan rond een eigen krant uit te geven. Op 11 november 1871 verscheen het eerste nummer van het "Gooise Nieuwsblad". Voor Hilversum was de abonnementsprijs vijfentwintig cent per kwartaal. Mensen buiten ons dorp vandaan moesten vijfenveertig cent betalen. Een verzoek van Geradts aan de gemeenteraad om een subsidie van f 25,- per jaar werd met vijf stemmen voor en zes tegen afgewimpeld. Een later verzoek om de officiele gemeentemededelingen te mogen publiceren voor f 25,- per jaar vond wel een gunstig onthaal. Een zelfde onthaal viel ook zijn krant ten deel. Verschillende Hilversummers plaatsten advertenties voor kamerverhuur aan zomergasten. De krant liep zo goed dat reeds op 16 december de omvang van het blaadje met een vierde vergroot moest worden. Toen kwam ook de naam "Gooi- en Eemlander" in zwang. Daarmee gaf Geradts te kennen dat beide landschappen bijeen behoorden. In vele gezinnen vond men het een gezellig blad. Alle zaterdagen zag men er met verlangen naar uit. Degenen die lezen konden hoefden zich op de zondagen nu minder te vervelen. De abonnementsprijs werd verhoogd tot 35 cent per kwartaal. Dorpelingen die zo'n grote uitgaaf ineens wat begrotelijk vonden haalden alle week voor een paar centen een los nummer in huis. De nieuwsgaring was toen nog uiterst gebrekkig. Daarom zag men Geradts om de haverklap op de Kerkbrink staan wachten op de diligence, die nieuws meebracht. Die berichten uit binnen- en buitenland waren dagen, weken en soms maanden oud, maar voor de dorpelingen waren ze in alle geval nieuw, en daar ging het toch maar om. De oosterspoorweg betekende voor de diligence het einde en voor de krant een nog grotere opgang. De lezers vonden het "een bar nieuwsgierig blaadje". Berichten over moord, diefstal en doodslag werden verslonden. De marktberichten hielden de dorpelingen goed op de hoogte van de prijzen van koeien, keuen en kippen. En wat zou er sinds de vorige keer weer gebeurd zijn in de wereld ? Nu hoefde men niet langer voor stommetje te spelen als de dingen van de dag aan de orde kwamen. Die vormden alle zaterdagavonden het hoofdthema van gesprek in de rokerige, maar gezellige scheerwinkeltjes en omdat de maandagmorgen dan nog in geen velden of wegen te bekennen was had niemand haast. Daarom zat men gepleegde misdaden tot op de laatste droppel uit te melken.

Middelpunt

Na 1877 werd Geradts winkel een middelpunt van cultureel leven. De man kreeg het druk. Zomergasten kochten hier hun boeken om al liggend in een luie stoel van hun romannetje te kunnen genieten. Alberdingk Thijm, die toen op de 's-Gravelandseweg woonde, kwam vaak met Geradts een praatje maken. Meermalen trof hij daar ook Lodewijk van Deijssel en dichter Jacques Perk aan. Deze mannen hechtten aan Geradts oordeel veel waarde. Zij waren de voorlopers van de beweging der "Tachtigers". In 1887 verhuisde Geradts naar de Kerkstraat. Hij behoorde toen al tot de autoriteiten van het dorp. Bij vergaderingen en uitvoeringen zat hij op een ereplaats. Toen zijn krant in 1896 het vijfentwintigjarig bestaan vierde, werd een comité uit de burgerij gevormd om hem te huldigen. Bij monde van apotheker A.J. van Heemskerck Duicker kreeg Geradts een fraai bureau-ministre aangeboden. Toen burgemeester J.E.C. Schook twee jaar later zijn ambt neerlegde, dankte hij de zeer geachte heer Geradts in welgekozen woorden voor de uitnemende wijze waar op hij de raadsverslagen had gepubliceerd. Het ging de redacteur dus erg voor de wind. En dat zul je vaak zien: onverwachts komt er dan een grote tegenslag. Zo ook voor Geradts, want in de nacht van 10 op 11 december 1900 brak er in de winkel van Kitselaar brand uit. Die greep snel om zich heen en weldra stonden er drie panden in lichter laaie. Kitselaar, de firma Lammers en Geradts zagen hun zaken in vlammen opgaan. Van de brandweer viel weer geen heil te verwachten, want dat was al z'n leven een korps van lik m'n vestje geweest. In korte tijd lagen de drie percelen volkomen in de as. De volgende dagen wemelde het van dorpelingen, die verbijsterd de zwartgeblakerde ruines in ogenschouw kwamen nemen. Een trieste en troosteloze aanblik. Men stond er in koppeltjes bijeen. Menigeen vroeg zich of of de betrokkenen wel goed "verastereerd" waren geweest. Zo niet, dan was dit een grote schadepost voor hen. In het tegenovergestelde geval zou er voor medelijden geen plaats zijn, want sommige mensen waren er beter van geworden; zei het spreekwoord niet "in de brand, uit de brand? "

Andere handen

Vast stond in alle geval wel dat men de krant voorlopig wel zou moeten missen. Laat "de Gooi" een paar dagen later toch precies weer op tijd verschijnen! Daar keek alleman heel beduusd van op. De wonderen waren de wereld dus nog niet uit. Het leek wel toverwerk! Maar een paar dagen later bleek dat de gebroeders Klene, die in 1899 een drukkerij aan de Hoge Laarderweg waren begonnen, Geradts spontaan hun hulp hadden aangeboden. Dus zodoende. Daar trokken de lezers nu ook hun profijt van.
De krant is toen meteen in handen van de gebroeders Klene overgegaan. Geradts had geen zin meer, om op zijn leeftijd nog eens opnieuw te beginnen. De boekwinkel ging over in handen van Blommesteijn. In 1901 kwam Geradts in de gemeenteraad. Daar heeft hij tot 1919 zitting in gehad. Omdat hij 82 jaar was, vond hij het toen welletjes. In 1925 overleed hij. Zij naam kwam in het Gulden Boek van de gemeente Hilversum. De gebroeders Klene pakten de zaak energiek aan, zodat de krant in 1901 tweemaal per week verscheen. Er werden goede jonge krachten aangetrokken, onder anderen H.G. van Wijk en Henri H. van Calker. De eerste bleef ruim 30 jaar aan de krant verbonden. Als journalist begonnen, werd hij in 1917 directeur. De heer Van Calker was reeds in 1908 hoofdredacteur. Om de krant nog aantrekkelijker te maken verschenen er van professor J.A. de Rijk hele series artikelen over Gooi- en Eemland. In 1905 werden ze in boekvorm uitgegeven onder de titel "Wandelingen door Gooi- en Eemland en omstreken". Later is dat boek herdrukt. De heer Van Calker was een zeer kunstzinnig man, die verzen schreef, maar vooral naam maakte als kunstcriticus. Laten we ook de heer Johan Veerman niet vergeten. Dag in dag uit zat hij in het kleine kantoortje op de Groest. Vele jaren verzorgde hij de administratie. Als ouderling van de hervormde gemeente heeft hij tal van jaren goed werk gedaan.

Nieuw hoofdkantoor

In 1928 ging het kantoortje tegen de grond en verrees er het huidige gebouw. Ouderen onder ons zullen bij tijd en wijze met genoegen terugdenken aan de lange raadsverslagen uit die jaren. Het waren hele lappen, waarin uitgebreid vermeld werd wat elk van de sprekers te berde had gebracht. Zo konden we al vast op ons gemak gaan vaststellen op wie wij bij een volgende verkiezing onze stem maar eens moesten uitbrengen. Wat de politieke kleur van het blad zelf was, zijn we nooit aan de weet gekomen. Dat gaf aanleiding tot allerhande gissingen.
Er werd wel beweerd dat het een "roomse krant" was, maar daar kwamen de Klene's, die zelf rooms-katholiek waren, met kracht tegen op omdat zij geloof en politiek als privézaken beschouwden. Wat de gemeentelijke politiek betreft nam "de Gooi" geen blad voor de mond. In 1906 besloot de raad tot de aanleg van een voetgangerstunnel onder de overweg door omdat men vaak lang moest wachten door het eeuwige gerangeer met goederenwagons.
Er ontstond een hevige strijd tussen de raad en de spoorwegdirectie. De stukken die de krant schreef stonden volgens vele lezers goed op poten hoor. Al dat geschrijf over en weer leidde tenslotte in 1910 tot het bouwen van een tijdelijke luchtbrug voor voetgangers. Voor mensen met fietsen was dat telkens een heel gesjouw. In die dagen raakte de gasfabriek herhaaldelijk in opspraak; volgens "de Gooi" kostte een verkeerd beheer de gemeente handen vol geld. Dat werd ook weer een heel geschrijf. We grepen telkens gretig naar de krant, want waar betaalden wij met z'n allen onze arme belastingcentjes voor? In alle geval niet om ze nutteloos door hogerhand te laten wegsmijten. Onder alle bedrijven door kreeg de krant ook een kantoor in de Kerkstraat, op de plek waar nu "Apollo" zit. De grijze heer Sieberg-Maassen werd kantoorhouder. Die had naast het bureau van "de Gooi" een winkel in rietwaren die bij zomerdag op het pleintje voor zijn zaak stonden uitgestald. Ook dat zal menig oudere zich nog goed kunnen herinneren.

Mijlpaal

De groei van de krant bleef doorgaan en op 30 maart 1917 kwam het blad driemaal per week uit en vier jaar later, op 20 september 1921, reeds viermaal. Juist een jaar nadien bereikte "de Gooi- en Eemlander" een belangrijke mijlpaal in haar bestaan toen het dagblad werd. Dat bracht een grote ingrijpende reorganisatie met zich mee en een flinke uitbreiding van rubrieken. Weldra constateerden deskundigen op journalistiek gebied dat de krant kon wedijveren met de beste provinciale dagbladen in ons land. Joh. Geradts heeft dit nog mogen meemaken; ook voor hem moet het een ware feestdag zijn geweest. Toen hij zich hier vestigde, telde ons dorp maar zesduizend inwoners en nu vijftigduizend. Het aantal aantrekkelijke rubrieken breidde zich uit; vooral van het zondagsblad werd veel werk gemaakt. We denken aan artikelen over de schilderkunst. Dat kon ook niet anders met al die schilders in Laren. Henri H. van Calker schreef tal van zeer deskundige bijdragen onder de titel "In het atelier van de schilder". Voor de betrokken schilders was het een grote eer als Van Calker een lovend artikel aan hun werk wijdde. Een zeer gezien medewerker was ook de koek- en banketbakker Jan Boerhout uit de Kerkstraat. Hij verkocht zeer degelijke spullen en daar kwamen veel deftige klanten uit de villawijken op af. In "Late regenten" van jhr. F.J.E. van Lennep troffen we deze zin aan: "Elke middag reed de victoria van de Dedels naar de "Koekestraat" (de Kerkstraat in Hilversum). De oude koetsier Wallenburg viel zo ongeveer van de bok, maar de paarden stopten vanzelf voor de winkel van Boerhout" . Het gebeurde wel vaker dat een koetsier op de bok een dutje deed. Jan Boerhout volgde het dorpsleven met intense belangstelling. Hij had een welversneden pen. In zijn vele schetsen wist hij, mede door een bijpassend taalgebruik, de sfeer van die tijd uitnemend te treffen. "De Gooi- en Eemlander" nam ze maar al te graag op. Het waren smeuege verhalen die ongetwijfeld literaire waarde hadden en daarom is het echt te betreuren dat ze nooit in boekvorm zijn verschenen.

Gooise moordenaar

Zeer lezenswaardig waren ook zijn artikelen ouder de titel "Grootdorpse figuren", waarin hij op vaak geestige en altijd rake wijze bepaalde personen onder de loep nam. Maar het meest verwierf hij roem als hij in het zondagsblad recente gebeurtenissen nader bekeek. Dat deed hij in dichtvorm en in een stijl die aan de gouden eeuw deed denken. Deze "Sinne- en Minnebeelden" ondertekende hij met "Jacob Cats' Neer'. Elke zaterdag stond er zo'n gedicht in de krant. Er waren lezers, die er een verzameling van aanlegden, en we hebben een dorpeling gekend die hele lappen uit zijn hoofd kon opzeggen. We willen voor de aardigheid eens een proeve van Boerhouts wijze van dichten geven. Het gaat over de Gooise Stoomtram Maatschappij, kortweg G.S.T.M. Met die stoomtram gebeurden vaak ongelukken, sommige met dodelijke afloop. Zo ontstond de naam "Gooise moordenaar". Wie ermee op reis moest, kreeg de raad om eerst zijn testament te maken. De oorlogsjaren van 1940 tot 1945 waren voor de krant de moeilijkste uit haar bestaan, maar ook deze tegenslag wist men in korte tijd weer te boven te komen. De oorlog had echter een slachtoffer geeist: medewerker Bernard Miché. Deze verzetsman was in de vroege morgen van 11 december 1942 gefusilleerd. Een in het gebouw aan de Hoge Larenseweg aangebrachte witmarmeren gedenkplaat hield nadien zijn nagedachtenis in ere. Uit het voorgaande is wel duidelijk gebleken wat voor een groot aandeel "de Gooi- en Eemlander" aan het vroegere dorpsleven heeft gehad. Het blad is een echte huisvriend gebleven.

Sorteren op

Pagina van 1 (18 Foto's in totaal)  
Pagina van 1 (18 Foto's in totaal)